Sumatra

Sporen van Oorlog 1942–1949

Sporen van internering zijn op Sumatra soms moeilijk te vinden vanwege de geïsoleerde ligging en de ver afgelegen locaties van de kampen.

Het schrijnendste overblijfsel van de oorlog is de spoorlijn van Pekanbaru (Pakan Baroe) naar Sawahlunto. Delen van dit voormalige spoor kunnen bereisd worden, en er zijn nog locomotieven te zien, al dan niet overwoekerd in de jungle of roestend in de kampong. Pekanbaru is de beste plek om de zoektocht te beginnen.
In Bangkinang staat een monument dat herinnert aan het gelijknamige interneringskamp. De belangrijkste kampen waren: Darmowijk, Poelau Brajan, Belawan Estate en Soengei Sengkol in en om Medan, Lawesigalagala in Kutacane, de Planterschool en de gevangenis in Berastagi, Aek Pamienke en Si Rengorengo bij Rantau Prapat, kamp Bankinang, het Missiecomplex in Padang, het Barakkenkamp en de Gevangenis in Muntok en de MULO en de Chinese School in Palembang.

Monumenten: het meest opmerkelijke en ontroerendste monument is wel het Veteranenmonumenten in Padang, dat zowel de Nederlandse als de Indonesische slachtoffers die vielen tijdens de politionele acties herdenkt.
In Bukittinggi (Fort De Kock) zijn resten van de Japanse bezetting te zien, o.a. de Japanse tunnels die gebruikt werden als munitiebunkers. In Medan en Padang zijn eveneens sporen van de oorlog te vinden.

Voor de kust van Sumatra kwamen duizenden krijgsgevangenen om in volgepropte vrachtschepen die getorpedeerd werden. De grootste scheepsramp uit de oorlogsgeschiedenis is die met de Junyo Maru, die met naar schatting 5.600 krijgsgevangenen (Indonesische romusha, Nederlandse, Britse en Amerikaanse krijgsgevangenen) op de bodem ligt. Het stokoude Japanse vrachtschip werd op 18 september 1944 getorpedeerd door de Britse onderzeeër Tradewind.

kaart: Sumatra
© 2010 Uitgeverij Open Kaart
website door: Hogendoorn IT